Dichtbij

Snikkend zat hij op het stoepje. De wanhoop nabij. Had hij hier nou zo hard voor getraind? Maandenlang had hij elke dag uren gefietst. Alcohol en junkfood? Hij kende de smaak niet eens meer. Zelfs zijn vrienden waren af en toe als vreemden voor hem geweest. Hij had alles opzij gezet, zijn hele leven omgegooid, om vandaag te kunnen vlammen.

dichtbij

Zijn lichaam schokte bij elke traan. Hij wilde het uitschreeuwen van woede. Hij wilde zijn handen kapot slaan op zijn dijen. Wat was hij stom geweest. Als een amateur had hij zich laten kennen. Met nog twee bochten te gaan, reed hij samen met zijn grote concurrent op kop. Los van het peloton. Klaar om te winnen, klaar om succes te hebben. Het liep anders: zijn banden bleken niet bestand tegen het kletsnatte asfalt. Hij gleed. Hard. Over het asfalt dat veranderde in een gigantische kaasschaaf.

En nu zat hij hier. Zijn tranen stroomden, terwijl de motregen versnelde en de regendruppels steeds groter werden. Zijn wonden spoelden schoon, het bloed liep via de put het riool in. Hij had gefaald. Het net niet gered. De speaker riep de naam van de winnaar om. Het publiek juichte. Het kom hem allemaal weinig meer schelen.

Hij was zo dichtbij, maar toch ook zo ver weg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.