Donker steegje

Hij werd achtervolgd. Hij kon het voelen. In elke vezel van zijn lichaam. Alles was alert, op zijn hoede. Klaar om te reageren, weg te rennen of de achtervolger een hengst te verkopen. Hij zou zich niet laten vangen. Tenminste: niet zoals de vorige keer. Toen hadden drie jongens, in de leeftijd dat hij hun vader had kunnen zijn, hem staande gehouden. Hij had geen kant opgekund. Een mes versperde de uitweg. Geen kans om te vluchten.

schaduw

Ook nu voelde hij zich aangeschoten wild. Opgejaagd. Als een konijn, dat elk moment met zijn ogen in een set koplampen kon staren. Als een vluchteling aan de Mexicaanse grens. Als een school paling in de Volendamse haven. Er was geen ontsnappen aan. Niets hield ze tegen. Hij wist het. Hij voelde het. Zijn lichaam dacht precies hetzelfde. Zijn pas versnelde. Zijn hoofd zakte in zijn nek, die op haar beurt weer tussen zijn schouders naar dekking zocht. Damage control, zo zouden ze dat in Amerika hebben genoemd. Het voorbereiden op de beslissende slag. Een aanslag op zijn welzijn, zijn geluk, zijn goede gevoel. Op zijn leven. Zijn alles.

Dit halfdonkere steegje. Waarom was hij er eigenlijk ingelopen? De vorige keer ging het hier mis. Hoe had hij het in zijn hoofd gehaald dat, dat nu niet weer zou gebeuren? Wat dacht hij wel niet? Oerdom. Dat was hij geweest, door hier toch weer in te slaan. Op deze manier zocht hij het gevaar op. Stommeling. Uilskuiken. Want nu zat hij mooi in de problemen. Er liep iemand achter hem. Bij elke stap, wanneer hij het lef had schuin naar beneden te kijken, zag hij hem bewegen. Diegene die hem kwaad wilde doen, zat hem op de hielen. Daarom moest hij doorlopen. Niet omkijken, maar gaan. Snelheid.

Het einde van het steegje naderde. Hij deed zijn rechterhand in zijn broekzak. Daar zat hij portemonnee. Een reden om het te doen? Dat had hij niet. Het voelde gewoon goed. Veilig. Alsof hij klaar zou zijn voor een eventuele belaging. Hij was voorbereid. Ready to fight. Maar het zweet kwam hem steeds meer in zijn handen te staan. Hij liep bijna het licht binnen, en nog altijd liep de aanvaller achter hem. Op gedempte pas. Stil. Afwachtend. Maar: nog een paar passen. Dan stapte hij het licht binnen. Er zou een deken van veiligheid over hem heen vallen. De overvaller zou nergens meer zijn.

Met zijn rechtervoet stapte hij onder de straatverlichting door. Uit het donker. Zijn benen werden week. Kippenvel stond op zijn armen. Zijn hoofd tolde. Hij keek achterom.

Een zucht van verlichting. Zijn hele lichaam veerde op. Hij had gelijk: hij werd achtervolgd.

Door zijn eigen schaduw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *