Drie borden

Collega T. meldt het ons al een week van te voren: „In de lunchpauze gaan we nieuwe borden kopen. Zorg dat je er bent.” En dus gaan we met zijn drieën naar de Blokker. In de winkel liggen vier soorten: witte, witte met een ribbeltje, bruine en groene.

„Het is allemaal niets”, meldt T. ons. „Maar, ik moet echt borden hebben.” De andere collega laat vallen dat hij die bruine wel ’oké’ vindt. T weegt de borden in haar hand. Ze zijn ietwat te zwaar, maar kunnen ermee door. En dus pakt T. drie borden uit het schap.

Drie borden? Is dat wel genoeg? Wat als er iemand komt eten? „Nee, er komt nooit iemand eten”, is haar antwoord. „We zijn met zijn tweeën en een extra als er een stukvalt.” Bij de kassa vragen wij de verkoopster of het geen problemen oplevert. Want wie koopt er nou een oneven aantal borden? Straks houdt de Blokker één bord over.

De verkoopster neemt het voor T. op. „Doen jullie niet zo vervelend tegen haar.” Ze scant de borden. „Oh wacht. Ze zijn in de aanbieding. Drie plus één gratis. Zal ik er een voor u pakken mevrouw?” „Nee”, antwoordt T. „Ik heb er maar drie nodig.” „Maar het is gratis”, probeert de verkoopster. „Ik hoef hem niet, pakt u die drie maar in.” Hoofdschuddend kijkt de verkoopster ons na, wanneer we de winkel verlaten. Met drie borden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.