Grenzen verleggen

Nog altijd heb ik last van mijn vingerkootjes. Echt, van allemaal. Deze column is dan ook niet zoals alle andere. Deze is er een die bloed, zweet en tranen heeft gekost. Vorige week heb ik namelijk mijn grenzen verlegd. Letterlijk en figuurlijk. In België, Vlaanderen om precies te zijn.

 

Afzien. Zo kan de Ronde van Vlaanderen van in één woord worden samengevat. Het was dan ook niet niets voor Team dichtbij. Met fonkelnieuwe wit/gifgroene dichtbij-shirts reden Bart Brouwers, Alexander Pleijter, Pytrik Schafraad en Leander Mascini zes uur lang over het Belgisch asfalt.

En met resultaat. De 140 kilometer durende koers werd zonder af te stappen voltooid. Inderdaad: de talloze stroken kasseien, van soms wel kilometers lang, en de achttien beklimmingen, met een stijging van vaak meer dan 20 procent, werden verslagen. Vermorzeld. Overwonnen.

Maar dat heeft dus wel wat voeten in aarde gehad. De Ronde was voor mij een generale repetitie voor de Alpe d’Huez, die ik in juni zes keer op één dag wil beklimmen. Natuurlijk: dat is nog ver weg, maar het bergenprofiel in Vlaanderen komt ietwat in de buurt van de legendarische alp. Het Kopje van Bloemendaal doet dat, met alle respect, niet.

Tot mijn verbazing had ik goede benen, op deze zaterdag. Mijn verst gereden afstand was tot de Ronde 105 kilometer in één rit. Deze dag kwam er dus eventjes 35 bij. En dan ook nog eens met de achttien heuvels en de kasseienstroken als extraatje. Het was mijn meest lastige rit in mijn één jaar durende fietscarrière.

Maar goed. Ik heb het overleefd. En op die pijnlijke handen na, voel ik er nu niets meer van. Je grenzen verleggen kost pijn en moeite. Gelukkig heb je daar na een paar dagen geen last meer van. Maar heb je wel het resultaat: de grens ligt een paar kilometer verderop. 35 om precies te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.