De Halve van Amsterdam: doel gehaald

Met een eindsprint over de laatste 125 meter kom ik over de finish. Kapot. Want wat is het warm, en wat is het druk. Zigzaggend moest ik over het parcours. Maar goed, ik heb het gehaald. De Halve Marathon van Amsterdam. En: keurig onder mijn richttijd.

Vlak mijn zomervakantie ben ik begonnen met trainen. Toen heb ik ook een richttijd ingesteld voor deze Halve Marathon. In 2013 heb ik de Halve van Amsterdam al eens gelopen. Eigenlijk zonder noemenswaardige training kom ik meer dood dan levend over de finish in een tijd van 1.54 uur. De jaren daarna heb ik weleens voor de leukigheid 21 kilometer of meer gelopen, en dus staat mijn PR op 1.48 uur.

Maar het trainen voor de halve werpt al snel haar vruchten af. Want bij de Haarlemmermeer Run verpletter in mijn eigen record. In 1.42 uur kom ik onder de laatste boog door. En eigenlijk weet ik dan al dat het lastig wordt om die score te verbeteren. Het weer in Hoofddorp is perfect, de benen voelen super en het is niet druk.

     

Hoe anders is dat op deze zondag in Amsterdam. De mensenmassa aan de start is gigantisch. De eerste kilometer van de loop is er nauwelijks een doorkomen aan. Iedereen loopt zo breed mogelijk waardoor inhalen schier onmogelijk is. Gelukkig kom ik na dat drukke begin in mijn ritme en maak ik een plan. Mijn hoofddoel is nog altijd om onder de 1.45 uur te blijven. Maar ik wil natuurlijk wel proberen zo dicht mogelijk tegen die 1.42 aan te schurken.

En dus start ik – achteraf gezien veel te hard – met 4:30 minuten per kilometer. Want als ik dat 10 kilometer volhou, kan ik de andere helft wat tijd verliezen. Maar dat harde tempo hou ik alleen de eerste vijf kilometer vol. Dan komt de zon door en voel ik dat het lastig gaat worden. Ik verlies wat tijd bij een drinkpost waar het zo druk is dat wandelen de enige mogelijkheid is. Maar goed, zonder drinken red je het niet op zo’n warme dag als vandaag. Daarna pak ik de draad weer op en loop ik gemiddeld 4:45 per kilometer.

Na ongeveer 10 kilometer voel ik dat mijn benen beginnen te verzuren. En ook mijn rug begint pijntjes te geven. Ik weet dat een PR er dan niet meer in zit, maar wil natuurlijk nog wel binnen die 1.45 binnenkomen. Met hangen en wurgen en een soort van wieltjesplakken (hoe heet dat bij het hardlopen, haha) kom ik uiteindelijk het Vondelpark door. Met het Olympisch Stadion in zicht probeer ik mijzelf op te laden.

Op de sintelbaan in het stadion zie ik uiteindelijk dat ik 1.44 uur onderweg ben. En dus pers ik er een laatste sprint uit om nog voordat die 4 naar een 5 verspringt binnen te komen. Dat lukt! Doel gehaald. Plus, misschien is deze prestatie nog wel knapper als die van mijn PR. Want wat was het warm. En wat zijn er ontzettend veel lopers. Ik dacht altijd dat je bij een halve wat meer ruimte zou krijgen om te rennen, dan bij een korte afstand.

Als een oude man kom ik vanochtend mijn bed uit. Benen en rug zijn stijf. Maar na een paar passen door huis gaat het weer. Volgend jaar de hele marathon?

 

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *