Hoe succes plezier kan wegnemen

Echt plezier van Football Manager heb ik al jaren niet meer. Kwaad om een verlies of ontslag kan ik ook al niet meer worden. En dat is wel eens anders geweest. De passie voor het spel was geweldig. In het weekend stond ik al om zes uur ’s ochtends voor de computer, om maar zo lang mogelijk te kunnen speler. Mijn wekker stond zeven dagen in de week aan. Er was geen minuut te missen.

Het was dan ook een geniaal spel. Championship Manager 2. Met Ajax en AC Milan verslond ik het spel. Bijna elke speler kende ik uit mijn hoofd. De selecties van pakweg Go Ahead Eagles en FC Zwolle kon ik zo opdreunen. De beste elf stonden ook in mijn geheugen gegrift. Het was een verslaving, in de goede zin van het woord. Ik genoot als klein jongetje van een virtuele wereld die zijn weerga niet kende. Voetbal was mijn leven, en dit spel was daar een onderdeel van. Jammer genoeg was het een game die twee jaar duurde, wat uiteindelijk het einde betekende voor mijn plezier in deze voetbalmanager. Vijftien seizoenen met de grootste club van België mondde uit in een aversie tegen alles wat met de nieuwe versies te maken heeft. Een nieuwe versie van Football Manager is standaard kut en slechter. Zoals vroeger wordt het nooit meer.

En dat verbaast mij. Met de Belgische competitie had ik nooit wat. Belgen waren vroeger nog dom en stom. Daar vertelde je moppen over en kwam je vooral niet te dicht bij in de buurt. Maar ja, op mijn CM-cd-rom stonden drie competities. Nederland, Italië en België. De eerste twee had ik al veroverd en dus was de derde mijn nieuwe doel. Anderlecht werd mijn club. Mijn grootste uitdaging tot dan toe. De fans waren er overigens niet zo blij mee. Mijn eerste aankoop als manager van Royal Sporting Club Anderlecht was een opvallende. Er was veel gemor te horen uit de kleine stamkroegjes over heel Brussel. De ploeg had met de aanvallers Josip Weber, Reinaldo, Gilles de Bilde, John Bosman genoeg keus. Maar om meer stootkracht voorin te hebben, trok ik Igor Kolyvanov aan. Het bleek een gouden greep.

Daar zag het er overigens eerst niet naar uit. Het was 1995. De voetbalregels hadden nog geen inmenging gehad van de Europese Unie. Wat niet wil zeggen dat de basisregel, 90 minuten voetbal aan het eind winnen de Duitsers, nog niet bestond, maar buitenlanders waren niet zo geliefd. Nou ja, misschien wel geliefd, maar ze waren niet echt handig. Je mocht er namelijk maar drie opstellen. Voor mij was één plekje altijd bezet. Het plekje van Igor, centraal voorin. Het vertrouwen betaalde hij meteen terug. Vanaf het begin schoot hij de bal vanuit elke hoek binnen. De huidige bondscoach van Jong Rusland bleek de beste aankoop die ik ooit gedaan heb. Hij maakte me elk seizoen kampioen. Daarnaast wonnen we jaarlijks de beker en de Champions League. Anderlecht was huge. Groter dan Real Madrid. Zelfs de kinderen in Azië liepen in het tenue van de Belgische topclub.

Sindsdien volg ik Anderlecht met een speciaal gevoel. De Belgische competitie doet me nog altijd niets, maar een beetje gevoel van trots kan ik toch niet onderdrukken wanneer Paarswit kampioen wordt. De vijftien seizoenen die ik met de club speelde, waren een onderdeel van mijn opvoeding. Ik leerde omgaan met tegenslagen, lastige spelers en succes. Nou, om eerlijk te zijn: het was één groot succes. En daar treur ik nog steeds een beetje om.

Sinds die game in België vind ik het spel bagger. Zo goed als toen wordt het niet meer. De successen heb ik nooit meer kunnen evenaren. De frustratie neemt de overhand. Igor en Anderlecht brachten mij twee geweldige jaren met vijftien succesvolle seizoenen en zorgden voor mijn hoogtepunt in dit voetbalspel. Wist ik toen maar wat ik nu wist. Het was het begin van het einde. Het einde van het plezier in een voetbalmanager.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.