Lievelingstoilet

Het toiletgebouw is gloednieuw. Er hangt zelfs een rol. Er ontbreekt niets vergeleken met het kleinste kamertje in mijn appartement in Nieuw-Vennep. Toch werkt het hier aan de Dordogne net iets anders dan aan de Ringvaart.

Vanaf het campingtoilet hoor ik gemorrel aan mijn deur. Er wordt aan de klink gevoeld en aan de deur getrokken. “He jammer, er zit iemand op”,  hoor ik een meisje zeggen.

Een vriendinnetje valt haar bij: “Dat is anders wel mijn lievelingstoilet.” Het meisje antwoordt: “Oh ja? Dat van mij ook. Wc nummer vier.” “Ik noem hem altijd wc nummer twee’, antwoordt haar vriendinnetje verbaasd. “Want dat is hij vanaf het einde gezien.” Het duurt even, blijkbaar is het kind de deuren aan het tellen. Dan humt ze instemmend.

Het is gelukkig geen ramp dat ik op het lievelingstoilet zit. Wc nummer vijf (of de laatste, het is maar vanaf welke kant je telt) is wel vrij. Al blijkt dat geen goede keus. “Bah, zo te zien heeft hier een of andere man geplast.” Het meisje wil weglopen, maar haar vriendin heeft een oplossing. Met – vanuit het andere hokje te horen – een halve toiletrol wordt de bril droog gemaakt. “Dat is beter.”

“Ik ga mijn handen wassen”, zegt het vriendinnetje na haar toiletbezoek. “Bij welke wasbak?”, vraagt het meisje belangstellend.

Deze column verscheen eerder in Haarlems Dagblad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.