Meesterknecht

Verzuring stroomt mijn benen binnen. Het is prachtig weer en anders dan de meeste mensen kies ik niet voor een drankje in de tuin, maar voor een rondje Haarlemmermeer op mijn racefiets. Even geen lange broek en waterdichte handschoenen, maar gewoon genieten van de zon. Net voor het moederdagdiner stap ik op mijn tweewieler en rij, ter hoogte van Weteringbrug, de Ringvaart op.

Al snel zwoeg ik in noordelijke richting tegen de wind. De groepjes renners blijken vandaag allemaal de andere kant op te rijden en het ziet er even naar uit dat ik het op eigen kracht moet doen. Gelukkig word ik ter hoogte van Aalsmeerderbrug ingehaald door een man op een scooter. De scooterrijder groet en omdat hij maar iets harder rijdt dan ik, besluit ik om aan te haken.

De man ziet het in zijn spiegel en kijkt mij lachend aan. Een paar kilometer verder laat hij zijn gas los. Hij komt naast mij rijden en vraagt of het zo goed gaat. Ik steek mijn duim op en de man versnelt weer. Af en toe kijkt hij in zijn spiegel of ik er nog ben en of er gas bij moet, of juist niet. Bij wegversmallingen kiest hij het autogedeelte zodat wij er samen doorheen kunnen.

Bij het stoplicht naar het Amsterdamse Bos zet hij zijn knipperlicht aan. Ik ga naast hem fietsen en bedank hem voor zijn kopwerk. ‘Geen dank’, antwoordt hij, als een ware meesterknecht.

Deze column verscheen eerder in Haarlems Dagblad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.