Remlicht

‘Godver. Stomme eikel dat je bent. Jij bent echt een debiel he’, hij schold hardop.Er zat niemand bij hem in de auto, toch moest hij het kwijt. Hij voelde zich een enorme dombo. Een paar dagen geleden was zijn remlicht stuk gegaan. Maar hij vond van zichzelf dat hij het ‘te druk’ had. Hij wilde voetballen, uitgaan met vrienden en lang slapen. Daarnaast moest hij ook nog gewoon werken. Dus ja: geen tijd om dat lampje te vervangen. En dat terwijl het een klusje van niets is. Achterklep open, afdekdopje eraf en het lampje er in draaien. Fluitje van een cent. Maar: hij had het niet gedaan. En nu reed ome agent achter hem aan. Dat was al zo vanaf het stoplicht een paar straten terug. De agent stond voorgesorteerd om rechtdoor te rijden, maar toen hij remde om linksaf te slaan, deed de politieman opeens hetzelfde. Opvallend genoeg seinden de twee agenten niet dat hij moest stoppen. In plaats daarvan zigzagden ze achter hem aan door het centrum. Wanneer hij rechts ging, gingen de politiemensen dat ook. En wanneer hij linksaf sloeg, kwam de politiewagen achter hem aan. Hij probeerde zo rustig mogelijk te rijden, keurig richting aan te geven en hoopte eigenlijk op een oud omaatje die hij voor kon laten gaan op het zebrapad, om zo zijn goede wil te tonen.

Maar nu kwam het einde dan toch snel in zicht. Het winkelcentrum naderde, en daar moest hij toch echt uitstappen om boodschappen te doen. Hij reed het parkeerterrein op en koos een plekje. De politieauto stopte in het vak naast hem. Met klotsende oksels stapte hij uit. De agent deed het zelfde en keek hem nors aan: ‘Goedenavond meneer’. Daarna draaide hij zich om naar zijn collega’s: ‘Goed idee Piet, zo’n frietje. Je weet wel zeker dat dit de lekkerste snackbar is? Anders hebben we voor niets zo omgereden.’

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.