Trainer

Door een schouderblessure loop ik bij de fysio. Ik ben niet de enige. Zo ook een oudere dame van – ik gok – achterin de zestig. Ze heeft haar heup gebroken. Ze oefent met pijnvrij lopen en vijzelt haar conditie op.

Een paar keer per week komt ze onder begeleiding sporten. Haar man is daar altijd bij. Hij houdt vinger aan de pols: vraagt aan de fysio hoe het gaat. Hij traint zelf niet. Hij houdt toezicht. Geeft zijn vrouw tips en kijkt naar de uitvoering.

Wanneer de vrouw langer doorgaat dan gedacht, grijpt hij in. ‘Stop! Hij zei dat je de oefeningen tien keer moest doen. Daar ben je al voorbij.’ De vrouw kijkt hem vragend en ietwat geïrriteerd aan. ‘Hij zei twaalf keer’. De fysio brengt uitsluitsel: ‘Drie keer tien’. De man knikt gerustgesteld. Hij volgt zijn vrouw door de hele zaal tot alle oefeningen voltooid zijn. Hij groet de fysio: ‘tot de volgende keer’. ‘Het gaat hartstikke goed zo’, vertelt hij zijn vrouw. Zij mompelt wat en ze vertrekken.

Begin deze week train ik weer gelijk met het echtpaar. Dit keer is de man gekleed in lichtblauw trainingspak, zo een die bokstrainers dragen. Met een kop koffie in de hand zit hij op de vensterbank. Zijn vrouw zit op een hometrainer, het zweet gutst van haar hoofd. Ze hijgt en puft, heeft het duidelijk zwaar. ‘Let je wel op dat getal rechtsonder? Die mag niet onder de 70 komen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.