Voetbalvader

Ik kan mij best voorstellen dat je als vader van een WK-ganger apetrots bent. Jouw zoon op het grootste sportpodium ter wereld. Dat moet toch een goed gevoel geven. Maar mág je in het huidige voetbal nog wel trots zijn op een voetballende zoon?

Het toernooi in Brazilië tekent namelijk de groei van een nieuw spelonderdeel: het faken van een blessure. De afgelopen jaren was het rollebollen over de grond vooral specialiteit van Barcelona en Portugal, maar nu doet bijna ieder landenteam het dus ook.

Iedere aanraking wordt gebruikt om de tegenstander een kaart aan te smeren. Een zacht elleboogje tegen de schouder is genoeg om met de handen voor het gezicht al huilend tegen het gras te gaan. De kunst is dan voor veel spelers  om zo lang te blijven liggen, dat er een brancard komt om ze op te halen. Na een paar seconden buiten de lijnen, zijn ze echter weer topfit. Een paar minuten later sprint de geblesseerde speler weer naar voren om de afvallende bal op te pakken.

Ik kan mij niet voorstellen dat je als ouder trots bent op deze komedie. Je zou bijna wensen dat je je kind naar de kleinkunstacademie had gestuurd. Als mijn zoon later groot is, gaat hij dan ook ‘op’ wielrennen. Daar laten de hoofdpersonen juist zo min mogelijk zien dat ze pijn hebben. Grimassen worden ingeslikt. Pijn wordt genegeerd. Wie laat zien dat hij zwak is, is een prooi voor het peloton. Hoe anders is dat bij de watjessport voetbal.

Eén reactie

  1. Als je die smerige tackle op de Nigeriaan Onazi zag door die Fransoos , kun je ook niet trots zijn op je zoon, die iemand opzettelijk het ziekenhuis in schopt….En dat is maar een voorbeeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.