Wieltjesplakker eerder thuis

Eindelijk: de zon. Na wekenlang door wind en weer naar kantoor te hebben gefietst, is het nu lente. En meteen blijk ik niet de enige te zijn die zich fietsforens mag noemen. Het fietspad tussen werk en huis blijkt ineens druk bereden.

Bij het eerste stoplicht haal ik een man op een sportieve fiets in. Hij glimlacht vriendelijk als ik hem voorbij ga. Een paar honderd meter verder hoor ik geschakel achter mij: de man rijdt met wapperende haren in mijn wiel. Samen rijden we langs de lange files op de snelweg. Mensen kijken verveeld uit het raam, of leunen vanuit een open raam in het zonnetje. Na wat snelle kilometers doemt het tweede verkeerslicht op.

Rood. We stoppen en de man vraagt hijgend met een grote lach op zijn gezicht: „Hoe hard gaan we nu precies? Ik kan helaas niet overnemen hoor. Ben blij dat ik je bij kan houden”, excuseert hij zich alvast. Ik geef aan dat dat niet uitmaakt en vertel ons gemiddelde.

Het licht springt op groen. Ik geef aan dat hij weer gewoon achter mij uit de wind kan gaan rijden. Opnieuw passeren we een lint stilstaande auto’s.

Bij het volgende kruispunt knijp in mijn rem: „Sorry, ik moet er hier af”. De man zwaait blij: „Geeft niet. Ik ben nu al 10 minuten eerder thuis”.

Deze column verscheen in Alkmaarsche Courant.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.