Winterseizoen

Ik stap uit bed en schuif de gordijnen open. Het zonnetje schijnt. Mensen fietsen ‘met zonder jas’ voorbij. Blij app ik wat teamgenoten om te gaan tennissen. Het mooie weer helpt, binnen no-time zijn er genoeg spelers voor een dubbelpartij.

Uit mijn kledingkast vis ik een korte broek en een shirt. Het is er, met bijna 20 graden, immers de temperatuur voor. Ik eet snel wat en drink een kop koffie op het balkon. Dat het warm is, is te merken aan de konijnen. Zij liggen, in hun dikke vachten, te puffen in hun ren. Ik stap op de fiets en rij van Nieuw-Vennep naar Hoofddorp. Onderweg hoor ik de vogels fluiten en de mensen kijken vrolijk om zich heen. Er wordt gelachen en meermaals hoor ik ‘goedemorgen’. De wereld is in opperbeste stemming. Wat wil je, met die heerlijke zonnestralen.

Mijn tennismaten kom ik onderweg tegen. Ook zij zijn per fiets. Eén likt zelfs aan een waterijsje. Geen van ons draagt een jas. Toch zweten we al van die paar kilometer fietsen. Ook nu is de stemming opperbest. Iedereen heeft zin om een balletje te slaan en na afloop een drankje te doen op het terras. Met zijn vieren komen wij aan bij de club.

Ik probeer het hek van de het tenniscomplex te openen, maar dat lukt niet. Hij zit op slot met een mega hangslot. Tennis is niet meer mogelijk. Het is 1 november. Het winterseizoen is begonnen.

Deze column verscheen eerder in het Haarlems Dagblad en in de Alkmaarsche Courant.

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.