Zeven minuten van boosheid

De trein stopt bij het station, nog voordat iedereen is uitgestapt wurmt een klein vrouwtje zich door de mensenmassa naar binnen. Ze kiest een plekje van een vierzitje aan het raam. Als de coupé leeg is en de mensen vanaf het perron het treinstel binnen komen lopen, zijn de plekjes naast en tegenover haar al snel bezet. Wanneer er een meneer schuin tegenover haar gaat zitten, slaakt ze duidelijk hoorbaar een zucht. Tegelijkertijd wuift ze naar haar man, die nu pas de coupé binnen komt lopen, ‘Nou je moet daar maar gaan zitten’. Haar echtgenoot haalt zijn schouders op en gaat op een klapstoeltje zitten. Hij pakt een Spits en begint te lezen’. De man, die schuin tegenover de vrouw is gaan zitten, kijkt bedenkelijk, maar vist zijn mobiele telefoon uit zijn broekzak.

Bij het volgende station, een minuut of drie later, heeft hij dan toch besloten om er wat van te zetten. ‘Luister eens mevrouw. Ik vind het eigenlijk helemaal niet leuk hoe u tegen mij doet. U zit daar boos te doen, omdat ik hier op deze plek ben gaan zitten, maar u had het ook gewoon kunnen zeggen. Dan was ik ergens anders gaan zitten. Maar nu bent u kwaad, terwijl ik niets doe wat fout is. En dat stoort mij’. De vrouw, die uit boosheid de hele reis al kwaad uit het raam zat te staren, draaide haar hoofd naar de man en keek hem aan. Ze zei niets. Een knik kon er ook niet vanaf. In plaats daarvan keek ze weer naar de weilanden waar de trein doorheen raasde.

Een paar minuten later stopt de trein bij het volgende station. De vrouw staat op en loopt, nog altijd kwaad, naar de deur. Opnieuw wenkt ze haar man. Hij staat op, vouwt zijn krantje dicht en volgt haar. Ze stappen uit, na zeven minuten van boosheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.