Op je knieën

‘Moet dat nu echt?’, vraagt ze ietwat geïrriteerd. ‘Ja, waarom niet?’, is zijn antwoord. Ze lopen door het winkelcentrum. Het is koopzondag. En dus is het loeidruk. ‘Nou, ik weet het niet hoor. Ik vind het niet echt nodig. Het gaat zo toch ook goed?’ Hij schudt zijn hoofd: ‘We kunnen het maar beter voor zijn, je weet niet wat er kan gebeuren.’

Ze vertrekt haar gezicht. Haar irritatie neemt de overhand. Snauwend: ‘Er kan van alles gebeuren. Maar nu gaat alles goed. Ik snap dan ook niet waarom jij hier midden in de drukte op je knieën wil gaan. Iedereen zal naar ons kijken. En je weet dat ik daar niet van hou.’ ‘Stel je niet zo aan’, meldt hij haar. ‘Je doet net alsof het hartstikke gek is wat ik wil doen. Alsof mensen ons gaat uitlachen. Ik weet zeker dat ze het juist lief vinden.’

‘Nou en. Ik. Wil. Het. Niet’, demonstratief blijft ze staan, met haar handen over elkaar. ‘En daarnaast. Als jij hier op de grond gaat zitten, wordt je broek vies. Hij komt net uit de was. En dat vind ik hartstikke zonde. Dus we lopen nu gewoon door en het komt allemaal later wel.’

Maar net als ze de stevige pas er weer in wil gooien, trekt hij aan haar hand. Ze komt tot stilstand en hij gaat op zijn knieën. Vlak voor de Blokker.

‘Nou niet zo raar doen. Zet je schoen op mijn knie. Dan maak ik je veter vast. Straks val je.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.